#4 Yoyo Game

Met de Yoyo game leer je vanuit verschillende posities – dus vanuit verschillende zones – je paard voorwaarts en achterwaarts te laten gaan. Het doel is dat die 2 gelijk worden – even makkelijk gaan – en dus in balans zijn. Daarnaast is het belangrijk dat jij je voeten stil houdt, en het paard een zo recht mogelijke lijn maakt.

Een extrovert paard zal van nature vaak makkelijker voorwaarts gaan, een introvert paard zal van nature makkelijker een overgang terug maken. Het is dus zoeken naar hoe je die 2 in balans kunt krijgen. Onthoudt vooral dat het een spelletje is!

De klassieke yoyo game begint met jou bij het hoofd van je paard, voor hem, dus in zone 1. Je kunt, vooral in het begin, de porcupine game gebruiken om je paard achterwaarts uit je ruimte zetten, die porcupine gaat over in een driving game.  Je gebruikt je leadrope om de fases op te bouwen. Je begint met minimaal wiebelen en eindigt – indien nodig – met zó hard slingeren dat je paard ook écht gaat.

Voor de beeldvorming de fases voor een yoyo vanuit zone 1:

  1. Energie / vinger
  2. Beweging vanuit pols
  3. Beweging vanuit elleboog
  4. Beweging vanuit schouder

Als je paard ver genoeg achteruit is gegaan stop je met vragen, aan jouw lijf moet te zien zijn dat je niets meer vraagt, en dat je paard het goed gedaan heeft. Laat hem daar een poosje staan; wacht tot hij zijn lippen likt of briest bijvoorbeeld; hij verwerkt dan de druk en wat er gevraagd is. Als hij klaar is met nadenken/verwerken, vraag je hem weer vriendelijk naar je terug. Het stukje drive & draw van de driving game komt hier weer terug.

START-TIPS

  • Kun je je paard vanuit zone 1 achteruit laten bewegen tot het einde van je 12ft leadrope?
  • Kun je hem daarna weer naar je toe laten komen?
  • Kun je hem dat ook door een hek of andere (ruime, om mee te beginnen!) doorgang laten doen?
  • Kun je naast je paard (dus vanuit zone 2) overgangen op een rechte lijn maken?

Basis oefeningen

Een aanvulling op de Seven Games in de start van je grondwerk avontuur!

Leer je ruimte bewaken

Hou het veilig, zorg dat je weet hoe je jouw ruimte kunt verdedigen. Maar wat is jouw ruimte dan eigenlijk? Iedereen heeft een soort ‘bubbel’ om zich heen. De één heeft een veel grotere bubbel dan de ander. Je voelt het, als iemand in jouw bubbel komt, dus eigenlijk – te dichtbij komt. Een paard hoort ook niet zomaar in jouw bubbel. Zorg dat je je ruimte afbakent, zodat hij bijvoorbeeld niet op je tenen kan gaan staan, of je zomaar een hoofdstoot kan geven. Manieren om je ruimte te verdedigen:

  • Jumping Jacks
  • Helikopteren met het uiteinde van je touw
  • Je eens lekker uitrekken, misschien wel een paar keer
  • Met je hakken naar je billen, alsof je op je plaats staat te sporten

Hoe je het doet maakt niet uit, het gaat erom dat je paard door heeft dat hij beter een beetje afstand kan nemen.

Stick to me

Leer je paard aan ‘jou te plakken’. Jij in zone 2 of 3 en fijn samen kunnen bewegen, overgangen maken voorwaarts en weer terug.

Wil jij voorwaarts en komt je paard niet mee, laat je touw dan alsof het je staart is achter je langs tegen zijn bips landen om hem als het ware mee te nemen.

Is je paard te vlug, maak dan flink veel overgangen achteruit en bewaak scherp je ruimte; denk aan die Jumping Jacks bijvoorbeeld.

 

Trot to back up

Maak er een spelletje van en speel met energie. Maak vlotte overgangen naar draf, maar maak ook vlotte overgangen terug naar het achterwaarts. Je begint je vraag steeds met een suggestie maar maak de energie wel snel zo groot dat je paard door heeft dat hij beter goed op kan letten!

 

Touch it

Nodig je paard uit nieuwsgierig te zijn en (nieuwe) dingen te ontdekken. Nieuwsgierigheid is het tegenovergestelde van angst voor nieuwe of onbekende dingen.  Stuur hem op het te ontdekken item af, en laat hem daarna. Misschien wil hij aanraken met zijn neus, misschien (uiteindelijk) ook met een voet. Als hij klaar is met onderzoeken en eventueel likken en kauwen neem je hem weer mee.

 

Lichaamstaal

Een stukje basiskennis m.b.t. de lichaamstaal van het paard:

Als je deze tekenen op tijd kunt herkennen en er slim op kunt anticiperen, kun je ongelukken voorkomen.

Tekenen van dominantie/irritatie:

  • Oren in nek
  • Stampen met voeten
  • Achterhand draaien naar persoon/dier dat paard wil ‘controleren’
  • Zwiepende staart

Tekenen van stress / angst:

  • Snorken / hinniken
  • Staart hoog of juist tussen de billen geknepen
  • Hoofd hoog
  • Zuigen op tong / strakke onderlip of knarsetanden
  • Gespitste oren / snel & gespannen heen en weer aan het bewegende oren
  • Starende ogen, soms met oogwit zichtbaar
  • Gespannen spieren

Tekenen van ontspanning:

  • Zachte beweeglijke oren, of oren naar zijkant hangend (= slaap, let op dat hij niet van je schrikt)
  • Zachte ontspannen beweeglijke staart
  • Ontspannen hals, hoofd laag
  • Hangende onderlip
  • Knipperende zachte ogen
  • Been op rust
  • Zuchten / lippen likken, kauwen

 


Dan is er ook nog het effect van jouw lichaamstaal op je paard:

Als je je bewust wordt van wat je met jouw lichaamstaal en energie uitstraalt, wordt de omgang met je paard steeds makkelijker.

Allereerst is het goed om te weten wat het effect is van energie in welke zone van het paard. Parelli deelt het paard in 5 zones, waarbij zone 1 ook de ruimte voor het paard inhoudt, en zone 5 ook de ruimte achter het paard beslaat.

Wordt je bewust van de zogenaamde “drive line”, die zit zo ter hoogte van de schoft.

Alle druk die je voor de drive line uitoefent (dus in Zone 1 en Zone 2) leidt tot stoppen/achteruit/van je af bewegen.

Alle druk die je achter de drive line uitoefent (dus in Zone 3, 4 en 5) leidt tot voorwaarts of een beweging naar je toe.

Daarnaast is het goed je bewust te worden van dat je jouw energie aan en uit kunt zetten, en wel op zo’n manier dat je paard het verschil duidelijk kan zien.

Energie aan noemen we ook wel ‘life up’; je maakt je groot en ‘straalt’ vanuit je navel, je ademt diep (eventueel hoorbaar) in en laat duidelijk zien welke kant je energie danwel het paard heen zou moeten gaan.

Energie uit noemen we ook wel ‘life down’; je maakt je kleiner en vooral zwaar, je navel wijst naar de grond, je ademt/blaast diep uit en ‘wortelt’. Je paard moet aan alles zien en voelen dat je ‘neutraal’ bent, niets vraagt.

Later kun je spelen met deze 2 en leren doseren in die energie om vloeiende overgangen en zelfs tempowisselingen te kunnen aangeven.

Onderschat ook niet de kracht van je focus en intentie; zie heel sterk voor je wat je wilt, je paard voelt en begrijpt daarvan veel meer dan je wellicht verwacht!

Laatste aanvulling hierop is dat alle vragen die we stellen, in 4 fases gevraagd worden. Een mooie quote van Pat in die context:

“Be as gentle as possiblebut as firm as necessary.

When you’re firm, don’t get mean or mad; when you’re gentle, don’t act like a sissy.”

Praktisch vertaald: je stelt je vraag altijd zo licht als je maar bedenken kunt, bij geen reactie doe je er een schepje bovenop – indien nodig nog 1 – en dan wordt je 4de fase altijd zo effectief dat er een reactie volgt.

Als je niet effectief wordt en je paard ‘weg laat komen’ zonder moeite te doen, zal hij in het vervolg waarschijnlijk nog minder of minder vaak moeite doen.

Als je niet héél erg licht en vriendelijk begint, dus altijd al te lomp inkomt, zal je paard waarschijnlijk net zo ‘lomp’ terugdoen en zeker nooit lichter gaan reageren dan jouw ‘startbod’.

Voorbeeld voor hoe je door je fases gaat bij wijken voor fysieke druk; hoe je dat precies vertaalt naar de praktijk is per vraag verschillend, het is een schets.

  1. Je vraagt op niveau van ‘haar’
  2. Je vraagt op niveau van ‘huid’
  3. Je vraagt op niveau van ‘spier’
  4. Je vraagt op niveau van ‘bot’

Paarden Psychologie

Een stukje algemene informatie om paarden in het algemeen beter te begrijpen.

Paarden zijn kuddedieren. 

Ze voelen zich veilig in een kudde en hebben behoefte aan een duidelijke leider. Alleen is een paard vaak een stuk meer onzeker. Als het spannend wordt of er gevaar dreigt, zoekt een paard het liefst de veiligheid van de kudde op. Als jij je paard uit zijn veilige kudde haalt, is het dus goed om te zorgen dat jij het soort leider voor je paard bent die hij nodig heeft.

Een paard is een vluchtdier.

Vluchten is een primaire manier om zichzelf in leven te houden. Een paard dat gevaar voelt, heeft het idee dat hij moet rennen voor zijn leven. Realiseer je dat het om doodsangst gaat, als een paard ‘op hol’ gaat. Onderschat zijn oergevoelens en instincten niet, neem ze serieus. Het kan zeer gevaarlijk worden als een paard in de vluchtstand gaat, hij is dan namelijk niet meer in staat om na te denken.

Paarden gaan van nature tegen druk in.

Opposition reflex heet dat in de Parelli wereld. Paarden zijn vanuit het wild gewend níet te doen wat roofdieren van ze willen, om in leven te blijven. Begrijpt je paard jouw vraag niet of voelt hij zich onzeker of angstig, dan is de kans groot dat zijn initiële reactie is om tegen druk in te gaan, het  is een reflex.

Paarden zijn van nature sceptisch en claustrofobisch.

Kleine ruimtes, smalle doorgangen.. paarden ontwijken die van nature het liefst. Nieuwe dingen, ze rennen er het liefst voor weg en draaien pas om om te kijken als de afstand groot (veilig!) genoeg is.

De Seven Games zijn zo ingericht en doordacht dat je door die Games te doorlopen, bovenstaande uitdagende kanten aan paarden kunt omvormen.

We kunnen paarden een andere manier van reageren aanleren, nieuwe reflexen aanleren, zich bewuster laten worden van de keuzes die ze hebben. Op de juiste manier wijken voor druk in plaats van ertegen in gaan – nieuwsgierigheid uitlokken en belonen – om enkele voorbeelden te noemen.

Wil je nog een stap verder de theorie induiken en je paard nóg beter leren begrijpen, lees dan eens verder over Horsenality’s. Dit is een model wat Pat Parelli heeft ontwikkeld op het gebied van paarden persoonlijkheden. Je leert dan zien wat voor soort paard jouw paard is, en welke dingen je dan beter wel en niet kunt doen.

Veilig gebruik tools

Welke spullen heb je nodig om veilig grondwerk te kunnen doen?

  • Een goed passend touwhalster
  • Om te beginnen een 12ft leadrope, later ook een 22ft voor meer afstand
  • Een carrotstick & string

Met een touwhalster kun je duidelijk en heel zacht communiceren, terwijl je er indien nodig ook heel effectief mee kunt zijn. Het verschil tussen ‘niets vragen’ en ‘iets vragen’ is erg duidelijk door de knoop onderaan de kin. Hangt die knoop los voelt het paard niets, en je kunt rechts/links/achteruit duidelijk laten voelen door de knoop de juiste kant op te laten bewegen met je lijn (of teugels).

Een leadrope is naast langer dan een halstertouw, ook zwaarder, er zit meer ‘gevoel’ in het touw. Hij is aan het uiteinde verzwaart met een leertje.

De stick met daaraan een string (dun touwtje) dient als  verlengde van je arm.

 

Goede voorbereiding is het halve werk; oefenen!

Zorg dat je alvast gevoel met je spullen hebt voordat je ze op je paard gaat gebruiken. Een aantal simulaties en dingen die je kunt doen om handig te worden met je spullen:

  • Sla een paar keer hard met stick en string op de grond, oefen om dat met een grote glimlach te doen. Het is niet om te straffen of zeer mee te doen, maar om energie mee te maken.
  • Probeer een target te raken met het uiteinde van je string.
  • Oefen om je string & leadrope langzaam en zacht om het been van je huisgenoot of een paal te ‘slaan’ en weer los te laten komen, het mag je paard straks geen zeer doen!
  • Sla jezelf eens op je arm/been/in je nek met je stick. Voel hoe hard dat kan zonder dat het zeer doet als je hem op de juiste manier laat ‘veren’, dát is hoe je hem op je paard ook wilt gebruiken om energie te maken / een vraag te verduidelijken.

Zorg dat je de juiste knopen kent!

Een aantal knopen die goed zijn om je eigen te maken; (klik hier voor beeldmateriaal)

  • Knoop je touwhalster op zo’n manier dat de knoop er altijd nog uitkomt, ongeacht hoeveel druk er op het halster heeft gestaan. Het touwtje achter de oren komt van achter naar voor door de lus, en gaat dan achter- en onderlangs van rechts naar links – er weer doorheen.
  • Als je je halster en leadrope opbergt, gebruik dan een andere knoop waarmee je het setje makkelijk ophangt en bij je paard weer paraat hebt.
  • Gebruik de ‘bankroversknoop’ of ‘paardenknoop’ als je je paard vastzet. Deze kun je met ‘1 ruk’ lostrekken wanneer dat nodig is.
  • Gebruik een halo / halve steek om je bankroversknoop te beveiligen; je paard kan zichzelf dan niet losmaken door aan het touwtje te trekken.